Invega Sustenna-dosering

Invega Sustenna-dosering

Medisch beoordeeld door Varixcare.cz. Laatst bijgewerkt op 17 augustus 2021.

Generieke naam: paliperidonpalmitaat 39 mg in 0,25 ml
Doseringsvorm: injectie



Beheer instructies

Elke injectie mag alleen worden toegediend door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.



kan ik melatonine gebruiken met benadryl?

Parenterale geneesmiddelen moeten vóór toediening visueel worden geïnspecteerd op vreemde stoffen en verkleuring, wanneer het product en de verpakking dit toelaten.

INVEGA SUSTENNA®is uitsluitend bedoeld voor intramusculair gebruik. Niet op een andere manier toedienen. Vermijd onbedoelde injectie in een bloedvat. Dien de dosis in een enkele injectie toe; Dien de dosis niet toe in verdeelde injecties. Injecteer langzaam, diep in de deltaspier of bilspier.



INVEGA SUSTENNA®mag alleen worden toegediend met behulp van de naalden die worden meegeleverd in de INVEGA SUSTENNA®uitrusting.

De aanbevolen naaldmaat voor toediening van INVEGA SUSTENNA®in de deltaspier wordt bepaald door het gewicht van de patiënt:

  • Voor patiënten die minder dan 90 kg wegen, wordt de 1-inch, 23 gauge naald aanbevolen.
  • Voor patiënten die 90 kg of meer wegen, wordt de 1½-inch, 22 gauge naald aanbevolen.

Delta-injecties moeten worden afgewisseld tussen de twee deltaspieren.



De aanbevolen naaldmaat voor toediening van INVEGA SUSTENNA®in de bilspier zit de 1½-inch, 22 gauge naald, ongeacht het gewicht van de patiënt.

Toedienen in het bovenste-buitenste kwadrant van de bilspier. Gluteale injecties moeten worden afgewisseld tussen de twee gluteale spieren.

Schizofrenie en schizoaffectieve stoornis

Voor patiënten die nog nooit oraal paliperidon of oraal of injecteerbaar risperidon hebben gebruikt, wordt aanbevolen om de verdraagbaarheid van oraal paliperidon of oraal risperidon vast te stellen voordat de behandeling met INVEGA SUSTENNA wordt gestart.®.

De aanbevolen dosering van INVEGA SUSTENNA®voor elke goedgekeurde indicatie wordt weergegeven in Tabel 1. De aanbevolen start van INVEGA SUSTENNA®is met een dosis van 234 mg op behandelingsdag 1 en 156 mg een week later, beide toegediend in de deltaspier. Na de tweede startdosis kunnen maandelijkse onderhoudsdoses worden toegediend in de deltaspier of de bilspier.

Tabel 1: Aanbevolen dosering van INVEGA SUSTENNA®voor volwassenen met schizofrenie of schizoaffectieve stoornis
Indicatie Initiatie Dosering
(deltoïdeus)
Maandelijkse onderhoudsdosis *
(deltoïdeus of gluteaal)
Maximale maandelijkse dosis
Dag 1 Dag 8
*
Toegediend 5 weken na de eerste injectie.
&dolk;
De aanbevolen onderhoudsdosering voor de behandeling van schizofrenie is 117 mg. Sommige patiënten kunnen baat hebben bij lagere of hogere onderhoudsdoses binnen de extra beschikbare sterktes (39 mg, 78 mg, 156 mg en 234 mg).
&Dolk;
Pas de dosis aan op basis van verdraagbaarheid en/of werkzaamheid met behulp van beschikbare sterktes. De sterkte van 39 mg is niet onderzocht in het langetermijnonderzoek naar schizoaffectieve stoornissen.
Schizofrenie 234 mg 156 mg 39-234 mg &dolk; 234 mg
Schizo-affectieve stoornis 234 mg 156 mg 78-234 mg &Dolk; 234 mg

De onderhoudsdosering kan maandelijks worden aangepast. Bij het maken van dosisaanpassingen worden de kenmerken met verlengde afgifte van INVEGA SUSTENNA®moet overwogen worden[zie Klinische Farmacologie (12.3)], aangezien het volledige effect van de dosisaanpassing pas na enkele maanden zichtbaar kan zijn.

Gemiste doses

Gemiste doses vermijden

Het wordt aanbevolen om de tweede startdosis INVEGA SUSTENNA®één week na de eerste dosis worden gegeven. Om een ​​gemiste dosis te voorkomen, kunnen patiënten de tweede dosis 4 dagen vóór of na het tijdstip van een week krijgen. Evenzo wordt aanbevolen om de derde en volgende injecties na het startschema maandelijks te geven. Om een ​​gemiste maandelijkse dosis te voorkomen, mogen patiënten de injectie tot 7 dagen voor of na het maandelijkse tijdstip krijgen.

bijwerkingen van plotseling stoppen met lisinopril

Beheer van een gemiste tweede startdosis

Als de streefdatum voor de tweede INVEGA SUSTENNA®injectie (één week ± 4 dagen) wordt gemist, hangt de aanbevolen herstart af van de tijd die is verstreken sinds de eerste injectie van de patiënt. Volg in het geval van een gemiste tweede startdosis de doseringsinstructies in Tabel 2.

Tabel 2: Beheer van een gemiste tweede startdosis
TIJDSTIP VAN GEMISTE TWEEDE STARTDOSERING DOSERING
Minder dan 4 weken sinds de eerste injectie Dien zo snel mogelijk de tweede startdosis van 156 mg toe in de deltaspier.
  1. Het wordt aanbevolen om 5 weken na de eerste injectie (ongeacht het tijdstip van de tweede injectie) een derde injectie van 117 mg toe te dienen in ofwel de deltaspier ofwel de bilspier.
  2. Hervat daarna de normale maandelijkse dosering in de deltaspier of de bilspier.
4 tot 7 weken sinds de eerste injectie Hervat de dosering met twee injecties van 156 mg op de volgende manier:
  1. Dien zo snel mogelijk een deltaspier injectie toe.
  2. Dien 1 week later een tweede deltaspierinjectie toe.
  3. Hervat daarna de normale maandelijkse dosering in de deltaspier of de bilspier.
Meer dan 7 weken sinds de eerste injectie Herstart de dosering met de aanbevolen start (zien Sectie 2.2, Tabel 1 ):
  1. Dien op dag 1 een deltaspier-injectie van 234 mg toe.
  2. Dien 1 week later een deltaspier-injectie van 156 mg toe.
  3. Hervat daarna de normale maandelijkse dosering in de deltaspier of de bilspier.

Beheer van een gemiste onderhoudsdosis

Volg in het geval van een vergeten onderhoudsdosis de doseringsinstructies in Tabel 3.

Tabel 3: Beheer van een gemiste onderhoudsdosis
TIJDSTIP VAN GEMIST ONDERHOUDDOSE DOSERING
4 tot 6 weken sinds de laatste injectie Hervat de normale maandelijkse dosering zo snel mogelijk met de eerder gestabiliseerde dosis van de patiënt, gevolgd door injecties met maandelijkse tussenpozen.
Meer dan 6 weken tot 6 maanden sinds de laatste injectie Hervat dezelfde dosis waarop de patiënt eerder was gestabiliseerd (tenzij de patiënt was gestabiliseerd op een dosis van 234 mg, dan moeten de eerste 2 injecties elk 156 mg zijn) op de volgende manier:
  1. Dien zo snel mogelijk een deltaspier injectie toe.
  2. Dien 1 week later een tweede deltaspierinjectie in dezelfde dosis toe.
  3. Hervat daarna de toediening van de eerder gestabiliseerde dosis in de deltaspier of bilspier 1 maand na de tweede injectie.
Meer dan 6 maanden sinds de laatste injectie Herstart de dosering met de aanbevolen start(zien Sectie 2.2, Tabel 1 ):
  1. Dien op dag 1 een deltaspier-injectie van 234 mg toe.
  2. Dien 1 week later een deltaspier-injectie van 156 mg toe.
  3. Hervat daarna de toediening van de eerder gestabiliseerde dosis in de deltaspier of bilspier 1 maand na de tweede injectie.

Gebruik met risperidon of met oraal paliperidon

Aangezien paliperidon de belangrijkste actieve metaboliet van risperidon is, is voorzichtigheid geboden wanneer INVEGA SUSTENNA®wordt gelijktijdig toegediend met risperidon of met oraal paliperidon gedurende langere tijd. Veiligheidsgegevens met betrekking tot gelijktijdig gebruik van INVEGA SUSTENNA®met andere antipsychotica is beperkt.

Doseringsaanpassingen

Nierfunctiestoornis

INVEGA SUSTENNA®is niet systematisch onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie[zie Klinische Farmacologie (12.3)]. Voor patiënten met een lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring ≧ 50 ml/min tot<80 mL/min [Cockcroft-Gault Formula]), initiate INVEGA SUSTENNA®met een dosis van 156 mg op behandelingsdag 1 en 117 mg een week later. Dien beide doses toe in de deltaspier. Daarna volgen met maandelijkse injecties van 78 mg in de deltaspier of bilspier[zie Gebruik bij specifieke populaties (8.6) en klinische farmacologie (12.3)].

INVEGA SUSTENNA®wordt niet aanbevolen bij patiënten met een matige of ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring<50 mL/min) [zie Gebruik bij specifieke populaties (8.6) en klinische farmacologie (12.3)].

Gelijktijdige toediening met sterke CYP3A4/P-glycoproteïne (P-gp)-inductoren

Vermijd het gebruik van een sterke inductor van CYP3A4 en/of P-gp (bijv. carbamazepine, rifampicine, sint-janskruid) tijdens het doseringsinterval van 1 maand voor INVEGA SUSTENNA®, zo mogelijk. Als toediening van een sterke inductor noodzakelijk is, overweeg dan om de patiënt te behandelen met paliperidontabletten met verlengde afgifte[zie Geneesmiddelinteracties (7.1) en Klinische Farmacologie (12.3)].

Overstappen van andere antipsychotica

Er zijn geen systematisch verzamelde gegevens die specifiek zijn gericht op het overstappen van patiënten met schizofrenie of schizoaffectieve stoornis van andere antipsychotica op INVEGA SUSTENNA®, of betreffende gelijktijdige toediening met andere antipsychotica.

Overstappen van orale antipsychotica

Voor patiënten die nog nooit oraal paliperidon of oraal of injecteerbaar risperidon hebben gebruikt, moet de verdraagbaarheid van oraal paliperidon of oraal risperidon worden vastgesteld voordat de behandeling met INVEGA SUSTENNA wordt gestart.®.

Eerdere orale antipsychotica kunnen geleidelijk worden stopgezet op het moment dat de behandeling met INVEGA SUSTENNA wordt gestart®. Aanbevolen start van INVEGA SUSTENNA®is met een dosis van 234 mg op behandelingsdag 1 en 156 mg een week later, beide toegediend in de deltaspier[zien Dosering en toediening (2.2) ]. Patiënten die eerder gestabiliseerd waren op verschillende doses INVEGA®Tabletten met verlengde afgifte kunnen een vergelijkbare steady-state blootstelling aan paliperidon bereiken tijdens onderhoudsbehandeling met INVEGA SUSTENNA®maandelijkse doses zoals weergegeven in tabel 4.

z-pak diarree
Tabel 4: Doses INVEGA®en INVEGA SUSTENNA®Nodig om een ​​vergelijkbare steady-state blootstelling aan paliperidon te bereiken tijdens onderhoudsbehandeling
formulering INVEGA®Tablet met verlengde release INVEGA SUSTENNA®Injectie
Doseringsfrequentie: Een keer per dag Eens in de 4 weken
Dosis (mg) 12 2. 3. 4
9 156
6 117
3 39-78

Overschakelen van langwerkende injecteerbare antipsychotica

Voor patiënten die nog nooit oraal paliperidon of oraal of injecteerbaar risperidon hebben gebruikt, moet de verdraagbaarheid van oraal paliperidon of oraal risperidon worden vastgesteld voordat de behandeling met INVEGA SUSTENNA wordt gestart.®.

Start INVEGA SUSTENNA bij het overschakelen van patiënten die zich momenteel in steady-state bevinden op een langwerkend injecteerbaar antipsychoticum®therapie in plaats van de volgende geplande injectie. INVEGA SUSTENNA®moet dan met maandelijkse tussenpozen worden voortgezet. Het startdoseringsschema van één week zoals beschreven in rubriek 2.2 is niet vereist. Zien tafel 1 hierboven voor de aanbevolen maandelijkse onderhoudsdosering. Op basis van een eerdere klinische geschiedenis van verdraagbaarheid en/of werkzaamheid, kunnen sommige patiënten baat hebben bij lagere of hogere onderhoudsdoses binnen de beschikbare sterktes (39 mg, 78 mg, 117 mg, 156 mg en 234 mg). De sterkte van 39 mg is niet onderzocht in het langetermijnonderzoek naar schizoaffectieve stoornissen. Maandelijkse onderhoudsdoses kunnen zowel in de deltaspier als in de bilspier worden toegediend[zien Dosering en toediening (2.2) ].

Als INVEGA SUSTENNA®wordt stopgezet, moet rekening worden gehouden met de kenmerken van verlengde afgifte. Zoals aanbevolen bij andere antipsychotica, moet de noodzaak van voortzetting van bestaande medicatie voor extrapiramidale symptomen (EPS) periodiek opnieuw worden geëvalueerd.

Gebruiksaanwijzing

Elke injectie mag alleen worden toegediend door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.

De kit bevat een voorgevulde spuit en 2 veiligheidsnaalden (een 1 & frac12;-inch 22 gauge naald en een 1-inch 23 gauge naald) voor intramusculaire injectie.

Figuur

INVEGA SUSTENNA®is alleen voor eenmalig gebruik.

tot.
Schud de spuit krachtig gedurende minimaal 10 seconden om een ​​homogene suspensie te verkrijgen.
Figuur
B.
Selecteer de juiste naald.
Voor DELTOID-injectie:
  • Als de patiënt minder dan 90 kg weegt, gebruik dan de 1-inch2. 3gauge naald (naald met)blauwgekleurde naaf).
  • Als de patiënt 90 kg of meer weegt, gebruik dan de 1 ½-inch22gauge naald (naald met)grijsgekleurde naaf).

Voor GLUTEAL-injectie:

Gebruik de 1 ½-inch22gauge naald (naald met)grijsgekleurde naaf) ongeacht het gewicht van de patiënt.

C.
Terwijl u de spuit rechtop houdt, verwijdert u de rubberen dop met een eenvoudige draaiende beweging met de klok mee.
Figuur
NS.
Trek het zakje van de veiligheidsnaald half open. Pak de naaldhuls vast met behulp van het plastic zakje. Bevestig de veiligheidsnaald aan de luer-aansluiting van de spuit met een eenvoudige draaiende beweging met de klok mee.
Figuur
En.
Trek de naaldhuls met een rechte ruk weg van de naald. Draai de huls niet, omdat de naald dan los kan raken van de spuit.
Figuur
F.
Breng de spuit met de bevestigde naald rechtop om te ontluchten. Ontlucht de spuit door de zuigerstang voorzichtig naar voren te bewegen.
Figuur
G.
Injecteer de gehele inhoud langzaam intramusculair, diep in de geselecteerde deltaspier of bilspier van de patiënt. Niet op een andere manier toedienen.
H.
Nadat de injectie is voltooid, gebruikt u de duim of vinger van één hand (h1, h2) of een plat oppervlak (h3) om het naaldbeschermingssysteem te activeren. Het naaldbeschermingssysteem wordt volledig geactiveerd bij het horen van een 'klik'. Gooi de spuit met naald op de juiste manier weg.
h1
h1
h2
h2
h3
h3

Verdere informatie

Raadpleeg altijd uw zorgverlener om er zeker van te zijn dat de informatie op deze pagina van toepassing is op uw persoonlijke omstandigheden.

Medische disclaimer